![]() |
||||||
De vrouw met de blauwe bloemen |
||||||
![]() |
![]() |
|
||||
Achterflaptekst:
10 September 1990. Weldra barst het geweld in Joegoslavië los. In een Bosnisch bergdorp toont die oorlog haar gezicht. De tienjarige Zlatan Pierzic is getuige: ‘Daar lag een vrouw op straat, met een bebloed gezicht en dikke tong die half uit haar mond stak, ze droeg een jurk vol blauwe bloemen, met bloed besmeurd, haar schoenen waren gejat.’
Haar aanblik graaft zich in zijn herinnering. Elke nacht komt ze spoken.
Als Zlatan negentien is, wijkt hij uit naar Nederland. Weldra voelt hij zich
Nederlander. Zijn verleden laat hem echter niet met rust. Op verzoek van zijn moeder bezoekt hij het Joegoslavië tribunaal. Verdoofd hoort hij de verhalen van de slachtoffers aan. Ook staat hij oog in oog met de slagers uit zijn jeugd. Dan is het weer 10 september 1990.
|
||||||