Achterflaptekst:
'Ze schreeuwde. Ze besmeurde de muren en haar benen met modder en bloed, kroop door
het zand, likte de schilfers van een vochtige vloer, aanbad de man die haar een aal in een
kommetje bracht, gebruikte vork en lepel en tepel, kleedde zich met gevouwen handen,
omwikkelde haar hoofd met een met inkt en eierdooiers doordrenkte doek, lachte als een
jong meisje, ontkleedde zich in een kleine parochiekerk in Italië, maakte een messcherpe
foto voordat farizeeërs
en schriftgeleerden het konden verhinderen. En nog voordat ze haar
hadden kunnen vastbinden
liep ze opnieuw door een vierkant en knielde ten slotte op een dun, spiegelend vlak.'
Drie afgestudeerden van de academie vertellen hun verhaal aan de hand van een filmfragmentje,
dat ergens tussen een tastbare, pijnlijke werkelijkheid en pretentieuze beelden in zit. Tussen
kunst en camp. Wij waren extreem gelukkig is een reis door de onderwereld via het purgatorium
naar de hemel.
Wij waren extreem gelukkig is een roman. Maar het is ook drama en poÎzie. Het borduurt voort
op de jazzliteratuur en is schatplichtig aan de surrealisten en de absurdisten. Wij waren extreem gelukkig is klank en ritme, idee en fysiek, het is abstract en zit dicht op de huid.
|