Achterflaptekst:
Pim is terug
Na het ‘verrassend proza’ (VN) van Honingvogels, na ‘het voetspoor van Couperus en Vestdijk’ (AD)
dat hij in Gracchanten volgde, na de tragiek van Tropenzomer komt Pim Wiersinga terug met
Het papieren gezicht, waarin een danser zijn jeugd verliest. In deze nieuwe roman overleven
de personages hun illusies. En de liefde lijkt verder weg dan ooit.
In het kielzog van zijn personages betreedt Pim Wiersinga het Onbekende, en hij verleidt de lezer
om hetzelfde te doen.
Vóór het signaal het hoofd bereikt scheidt de guillotine het van de romp. Het brein, plots bevrijd
van de pijnbron, maalt nog heel even door, elf seconden, of elf minuten, elf in elk geval, om dan
stilletjes te doven, zoals het bewustzijn dooft op de grens van waken en slapen... Dan hoort hij
haar op hem inpraten.
Pim Wiersinga hielp andere schrijvers verder met Het prozaboek (Meulenhoff 2000, met Bert Jansen)
en Schrijven: het begin (Augustus, 2006, 20093)
Fragment (pagina 99):
Ze dronken bisschopswijn aan een schragentafel, binnen. Ze praatten over van alles en nog wat,
van cryptogrammen tot hebbedingen die in de bewoonde wereld normaal waren maar hier exotisch;
over hun eigen zorgen; theatervoorstellingen passeerden de revue, die of subliem waren of zonde van
de tijd, aan grijstinten deden ze niet.
Het duizelt Claudio: aanstekelijk, die heftigheid waarmee stellingen worden betrokken, verdedigd en verlaten; hij dobbert mee op Elvira's hese alt, Laurinha's raspende kraakstem, Dina's bezonkenheid in
contrast met de rappe tong van Renate, die één been onder haar kont trekt en met verve een beeld
schetst van wat ze zoal gaan doen als het met de stroom goed komt; waarna Laurinha bezwaar maakt,
Dina oplossingen aandraagt - welke dringt amper tot hem door; de gesprekken waaieren alle kanten
op, zinnen echoën, woorden ketsen af of versmelten: een stemmenmuziek waarin hij zich onderdompelt
met de gretigheid van iemand die lang alleen is geweest (...)
Persstemmen:
NBD/Biblion, Gerard Oevering:"... De hoofdpersoon is Claudio, als danser beroemd om zijn uitbeelding
van Romeo. Maar hij is in zijn vak volkomen vastgelopen, wat duidelijk wordt als hij tijdens een optreden
valt. Hij mist daardoor de afspraak met Yolande. Zij wordt zijn muze tijdens zijn pogingen om zijn leven
weer op orde te krijgen. Hij sluit zich aan bij een groepje toneelspeelsters op een eiland. Pas als hij
Arjuna speelt tijdens de begrafenis van hun sponsor, ontmoet hij zijn muze. Deze roman heeft een
hechte, spiegelende structuur, is vlot geschreven, met veel dialoog en is een intrigerende zoektocht
naar liefde geworden door alle onoprechtheid en huichelachtigheid heen. Geen eenvoudige, maar
zeker een boeiende roman
..."
Vrij Nederland, Dries Muus: "... Lekkere stamper ..."
|